Print
versie
Down-
loads



A A A



Home - Achtergrond - Betekenis
Home
Bibliotheek
Ervaringen
Achtergrond
Nieuws
Activiteiten
Links
Algemeen

Wat betekent het hebben van een zieke of gehandicapte broer of zus voor kinderen?

Kinderen die een broer of zus hebben met een lichamelijke of verstandelijke handicap of een chronische ziekte, zijn gewone kinderen die in meer of mindere mate onder bijzondere omstandigheden opgroeien. De aanwezigheid van een broer of zus met een beperking doet een beroep op hun begrip voor mensen die anders zijn, op hun zorgzaamheid en hun verantwoordelijkheidsgevoel. Dit zijn in principe positieve zaken. Wel is het van groot belang dat zij erkenning en steun krijgen, als dat nodig is.
Hoe broers en zussen reageren op de situatie thuis, kan sterk verschillen en is mede afhankelijk van:

  • De ernst van de ziekte of handicap; is het stabiel of steeds weer opnieuw spannend?; is er duidelijkheid over de ziekte of handicap, of niet?
  • De gezinssamenstelling; krijgen de kinderen de ruimte om hun plek als oudste, middelste of jongste in te nemen?
  • De leeftijd; pubers reageren uiteraard heel anders dan kleuters.
  • Omgevingsfactoren; kan het gezin op steun en support rekenen in hun omgeving? Heeft het kind een vertrouwenspersoon buiten het gezin?
  • Hoeveel aandacht en begrip is er binnen het gezin zelf, de familie en vriendenkring en in de omgeving voor de bijzondere positie van de broers en zussen?

Mogelijke gevolgen:

* Broers en zussen kunnen, meer dan andere kinderen, te maken krijgen met heftige emoties, zoals verdriet, angst, boosheid, onzekerheid, schaamte- en schuldgevoelens. Maar ook gevoelens van trots, zorg en volwassenheid.
* De tegenstrijdigheid van gevoelens over de broer of zus kunnen erg verwarrend zijn.
* Het normale leven wordt soms verstoord. Vriendjes kunnen niet (meer) thuis spelen of feestdagen vallen ‘in duigen’.
* De situatie en eventuele veranderingen in het gezin kunnen veel spanning opleveren.
* Een aantal gezinnen raakt bovendien de contacten met de omgeving kwijt.
* Sommige broers en zussen krijgen al heel jong (te) veel taken en verantwoordelijkheden:

  • huishoudelijke taken, zoals boodschappen doen, koken en schoonmaken;
  • de verzorging van jongere broertjes en zusjes, zoals oppassen, aankleden en eten geven;
  • verzorgende taken voor het zieke of gehandicapte kind;
  • emotionele verzorging van familieleden, zoals troosten, afleiden en andere ‘grote-mensenzaken’ als praten over de problemen.

De broer van Richard
De jongste broer van Richard is meervoudig gehandicapt. De familie is kortgeleden verhuisd naar een aangepaste woning. Moeder heeft haar werk grotendeels opgezegd; de zorg voor haar gehandicapte zoon vraagt veel van haar. Richard kan al die veranderingen maar moeilijk een plaats geven. De laatste tijd is hij regelmatig bozig en slaat en schopt iedereen die – letterlijk en figuurlijk - te dicht bij hem in de buurt komt. Hij is vooral jaloers op de aandacht die zijn broer krijgt.